Home
  >  
Section 23

EurekaMag PDF full texts Chapter 22,329



References:

Vlerk, I.M. van der. 1924: De Verapreiding van het Foraminiferengeslacht Lepidocyclina en haar Beteekenis voor de Palaeogeographie. Unknown
Ihle, J.E.W. 1924: De Verdeeling van het geslacht Strongylus. Tijdschrift voor Diergeneeskunde Utrecht 51: 758-761
Brecher, G.A. 1935: De Verschmelzungsgrenze von Lichtreizen beim Affen. Zeitschrift fuer Vergleichende Physiologie 22: 539-547
Ten Dam, A. 1947: De Verspreiding van Boven-Rhaet in Nederland. Geologie en Mijnbouw The Hague 9(N.S. 10: 220-224
Boekschoten, G.J. 1961: De Verzameling van Riems-dijk. Natuurhistorisch Maandblad 50(5-6): 57-60
Daanje, A. 1944: De Viiegende Gierwaluw, Apus ?. apus (L.). Ardea 33: 74-84
Hoos, D. 1937: De Vinkenbaan. Hoe het er toeging en wat er mee in verband stond. Ardea 26: 173-202
Mack, G. 1953: De Vis' types of Australian snakes. Memoirs of the Queensland Museum 131: 58-70
Geijshes, D.C. 1948: De Visserij in Suriname. Natuurwetenschappelijke Studiekring voor Suriname en Curacao Utrecht 4: 31-35
Jonge, D.De 1960: De Vlaardingse Vlietlanden. Natndsch: 79-86
Eisentraut, M. 1938: De Vleermuizentrek. Natura Breda 37: 1-11
Zeller, P.C. 1870: De Vlinders van Nederland. Macro-Lepidoptera. Systematisch beschreven door P. C. T. Snellen. Stettiner Entomologische Zeitung, 81-89
Kroon, N. 1928: De Vogelrijkdom van Breda en omstreken. Natura Amsterdam, (no. 355: 83-88
S.J. 1921: De Vogels bij Horne ros. Jaarboek Club van Nederlandsche Vogelkundigen Delft 11: 20-31
Schouteden, H. 1955: De Vogels van Belgisch Congo en van Ruanda-Urundi. VII. Passeriformes (2). Annales du Musee du Congo Belge Zool Ser 4: 4: 229-524
Dobben, W.H. van.; Makkink, G.F. 1931: De Vogeltrek op Vlieland van 14 Sept. tot 19 Okt. 1930. Ardea Leiden 20: 22-45
Damhuis, R.; Van Den Berg, M. 2003: De Vogezen: verleidelijk vlindergebied. Vlindersmei; 18(2): 20-22
Hoek, P.P.C. 1883: De Voortplantingsorganen van de Oester. Tijdschrift der Nederlandsche Dierkundige Ver Suppl, I 113-253
Mehely, L. 1907: De Vries fajkeletkezesi elmeletenek kritikaja.. Potf Termt Kozl Budapest, 39 ( l-28
Richards, H.M. 1905: De Vries' Species and varieties. American Naturalist, 39 747-751
Daan, S. 1964: De Vroedmeesterpad, Alytes obstetricans (Laurenti, 1768) in Nederland. Natuurhistorisch Maandblad 58: 90-100
Miller, W. 1928: De W. Schistospiza Sharpe not separable from Lophospingus Cabanis. Auk Lancaster Pa 45: 380-381
Verwey, I. 1956: De Waddenzee als voedsel-areaal voor vogels bij strenge kou. Ardea 44: 218-224
Radek, G. 1963: De Wateragaam. Lacerta 21: 27-28
Kemp, P.J.H. 1960: De Watervogels van het Maasdal in het Belgisch-Nederlands grensgebied bij Maastricht. Gerfaut 50: 49-65
Baerends, G.P. 1946: De Werkwijze van het biologisch Zeevisscherij-onder-zoek en de Beteekenis ervap voor het VisSCHerijbedrijf. Vakblad voor Biologien 22(5-6): 49-54
Koningsberger, J.C. 1908: De Wespenfamilie der Dryinidae. Teysmannia Batavia, 19 1-7
Hall, C.J.J. van. 1911: De West-Indische cacaoboorder en zijn bestrijding.. Teysmannia Batavia, 22 584-587
Starcke, A. 1940: De Wet der Teeltbeperking. Entomologische Berichten Amsterdam 10: 230-233
Zehntner, L. 1898: De Wevervogels in het Sinkerriet op Java Ploceus manjar Horsf.; mal manjar. Mededelingen van het Proefstation Oost-Java N S, 46: 15
Pans, J. 1976: De Wielewaalreis naar de Peloponnesos 27 mei tot 10 juni 1976. Wielewaal 4211: 321-325
Op-de-Coul, P.G. 1932: De Wieringenneerpolder in het broed-seizoen van 1932. Orgaan der Club van Nederlandsche Vogelkundigen 5: 13-18
Lebret, T. 1956: De Wilde Eend, Anas platyrhynchos L., als Nederlandsche Standvogel. Are group size counts of Wild Geese an index of productivity ?. Ardea 44: 281-288
Schmidt, F.F. 1974: De Wimpelaal - Erpetoichthys calabaricus. Aquarium, Den Haag(1): 7-9
Wiebes, J.T. 1960: De Wolfspinnen van Meijendel (Araneae, Lycosidae en Pisauridae). II. Vicariantie. Entomologische Berichten Amsterdam 20: 69-74
Wiebes, J.T. 1960: De Wolfspinnen van Meijendel (Araneae, Lycosidae en Pisauridae). III. Habitats. Entomologische Berichten Amsterdam 20: 83-89
Wiebes, J.T. 1960: De Wolfspinnen van Meijendel (Araneae; Lycosidae en Pisauridae) I. Levenscycli. Entomologische Berichten Amsterdam 20: 56-62
Kopstein, F. 1932: De Wologie van de Huisspitsmuis Pachyura murina (L.), en hare befceekenis voor de epidemiologie der builenpest op Java. Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie 72: 1337-1349
Lopez, A.O. 1943: De Zarato y Observnaciones anatomicas y posicion sistematica do varios Helicidos es-panoies. Boletin de la Sociedad Espanola de Historia Natural 41(1-2): 61-83
Zehntner, L. 1902: De Zeuzeraboorder (Zeuzera coffeoe Nietn.). Bulletin van het Proefstation Salatiga 2: 1-11
Bernhard, C. 1908: De Zickten van de Theeplant. Teysmannia Batavia, 19 611-620
D.Wolf, Piet 2001: De Zonnester (Crossaster papposus): op Texel, in de Noordzee, in de boeken en op het net. Zeepaard 61(6): 151-162
Steen, J.Cvan Der 1962: De Zoo in Munster (Westfalen). Natura, Amst 9(6): 63-66
Doctors van Leeuwen, W.M. 1953: De Zoocecidia van het eiland Texel. Ent Ber 14341: 373-379
Bels, P.J. 1942: De Zuid-Lim-burgsche grotten als overwintering-splaats van enkele vlinders. Natuurhistorisch Maandblad Maastricht 81: 60-63
Van, D.Meutter, Frank 2005: De Zuidelijke oeverlibel (Othetrum brunneum Fonscolombe, 1837): een schuchtere nieuwkomer in Vlaanderen. Gomphus 2005) december; 2(1): 16-20
Vahl, A. 2002: De Zumpe: onverkoopbaar. Natura UtrechtOktober; 99(5): 136-139
Tuns, J. 2007: De Zwarte leguaan Ctenosaura similis Gray 1831. Lacertajanuari-februari; 65(1): 32-39
Meijer, J. 1974: De a floop van een rupsenplaag. Entomologische Berichten 367: 121-122
Langerwerf, B. 1973: De aanleg en instandhouding van een reptielentuin. Lacerta 3112: 187-192
Nuyttens, F.; Versele, G.; Loones, M.A.ge 2006: De aanwezigheid van de penseelkrab Hemigrapsus takanoi en de blaasjeskrab Hemigrapsus sanguineus in Nieuwpoort-Bad. Strandvlo 26(3): 113-115
Hulshoff Pol, D.J. 1917: De aapspleet by Semnopithecus.. Amsterdam Werk Gen Nat Genees Heelk, 8 630-632
Hulshoff.; Pol, D.J. 1916: De aapspleet by semnopitheci embryo's. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, 24 1543-1557
Bouwman, J.; Groenendijk, D. 2003: De aardbeivlinder, een moeilijk geval. Vlindersaugustus; 18(3): 20-21
Jakob, H. 1912: De acariasis en haar behandeling.. Utrecht Tijdschr Veearts, 39 969-990
Van Den Burg, Arnold 2003: De achteruitgang van de Sperwer Accipiter nisus op de ZW-Veluwe; veroorzaakt door predatie of voedseltekort?. Limosa 2003) mei; 75(4): 159-168
van Laar, V. 1970: De adder, Vipera berus Linne, in Gaasterland. Levende Nat.: 73: 120
Slijper, E.J. 1958: De ademhaling van de Walvisachtigen. Vakblad voor Biologien 38: 114-125
Lange, S.J. de. 1910: De afdalende banen der Corpora quadrigemina.. Psychiatrische en Neurologische Bladen Amsterdam, 42-54
Bemmelen, J.F. van. 1950: De afkomst der amphibieen. Proceedings of the Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 539: 1348-1156
Sjostedt, Y. 1905: De afrikanska vandringsgrashopporna, deras utveckling och biologi. Entomologisk Tidskrift, XXVI 80-85
Ouweneel, G.L. 1976: De aftakeling van de Spuimond. Levende Nat 9(9): 185-189
Veer, E.J. van R. de. 1954: De agaatslak (Achatina fulica Fer.) em gevaar voor jonge bosculturen. Penggemar Alam 34(1-2): 36
Ramazzotti, G. 1956: De alcuni Tardigradi nuovi per l'Europa o per l'Italia. Atti Soc Sci. nat: 27-32
Berlin, H. 1952: De aldsta samlingarna i Lunds Universitets Zoologiska Museum. Delar av Museum Stobacanum restituerade. Kungliga Fysiografiska Sallskapets I Lund Forhandlingar 21: 83-87
Cabrera, A. 1911: De algunas cornamentas notables que se conservan en el Museo de Ciencias de Madrid.. Madrid Boletin de la Sociedad Espanola de Historia Natural, 141-142
Simola, E.F. 1912: De allmaannst fore-kommande skadeinsekterna pa Leteen-suo forsoksstation under ar 1911.. Helsingfors F Mosskull Tidskr, 16 80-91
Braeckman, G. 1963: De allometrie als bevestiging van het verschil in groei van de kop der larven der twee inlandse Myrmeleoniden Euroleon nostras Fourcr. en Myrmeleon formicarius L. Natuurhistorisch Maandblad Limburg 52: 67-72
van den Nieuwenhuizen, A. 1972: De amateurkweker (4). Aquarium Den Haag 436: 135-139
Wijhe, J.W. van. 1919: De anatomie der larve van Amphioxus lanceolatus in de Verklaring van here asymmetrie.. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, 27 581-592
Marco, R. 1937: De and Imbesi, A. Osservazioni sulla concentrazione mole- colare del siero di sangue di Mugil cephalus dopo lungo periodo di vita in acqua dolce. Atti dell'Accademia Peloritana NS: 38: 245-247
Swellengrebel, N.H.; Buck, A. 1937: De and Kraan, H. Further investigations on healthy human carriers of Plasmodium vivax in North Holland. Proceedings of the Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen Amsterdam 40: 368-374
Horst, R. 1909: De anneliden der Zuiderzee. Mededeelingen betreffende de uitkomsten der Zuiderzee-expeditie No. 5.. Helder Tijdschrift der Nederlandsche Dierkundige Vereeniging Ser 2: 11 138-152
Ledoux, J. , C. 2007: De araneis Galliae II, 3 - Rehabilitation de Neoscona byzanthina (Pavesi, 1876) espece voisine de Neoscona adianta (Araneae, Araneidae). Revue Arachnologique 17(4): 49-53
Ledoux, J. , C. 2007: De araneis Galliae II, 7 - Liocranum apertum Denis 1954 L. majus Simon 1878?. Revue Arachnologique 17(4): 57-58
Roos, G. 1975: De arktiska vadarnas flyttning over Falsterbo sommaren 1974 enligt tre olika registreringsmetoder. Anser 142: 79-92
Brongersma, L.D. 1951: De arteria pulmonalis bij Boidae en bijxenopeltis (Serpentes). Nedchr. Geneesk: 2490-2491
Walters, J. 1951: De avifauna in Plan Tuinstad Slotermeer (Amsterdam-West) in de periode October1948tot October 1949. Limosa 24: 12-26
Ouweneei, GL. 1973: De avifauna in het Hollandsch Diep-Haringvlietgebied gedurende de eerste twee jaar na de afsluiting. Limosa 46(3-4): 10
Eykman, C. 1912: De avifauna v. h. zuidwestelijk deed der Prov. Utrecht met I Isselstein als middelpunt. Deventer Club Nederl Vogelk JB, 2 32-47
Hoogerwerf, A.; Rengers-Hora-Siccama, J.G.F.H.W. 1937: De avifauna van Batavia en omstreken. Ardea Leiden 26: 1-51, 116-159
Hoogerwerf, A.; Rengers-Hora-Siccama, G.F.H.W.; Jhr. 1938: De avifauna van Batavia en omstreken. (3e gedeelte). Ardea Leiden 27: 41-92
Kist, J. 1970: De avifauna van Belgie. Limosa 43: 78-98
Tolman, R. 1939: De avifauna van Overijsel'skop. Natura Breda 38: 70-74
Walters, J. 1954: De avifauna van de uitbreidingsplannen in Amsterdam-West in 1953. Limosa: 29-38
Ejkman, C. 1932: De avifauna van het Dordtsche Eiland met naaste omgeving. Orgaan der Club van Nederlandsche Vogelkundigen 4: 97-115
Braaksma, S.; Timmerman, A. 1970: De avifauna van het Eems Dollardgebied. Limosa 42 3-4: 1969: 156-177
Brouwer, G.A. 1934: De avifauna van het Prinsenhof en omgeving (Friesland). Ardea Leiden 23: 1-50
Maebe, J.; Vloet, H. van der. 1957: De avifauna van het Verdroken Land van Saaftinge-Broedseizoen en najaar 1956. Gerfaut 47: 85-88
Bequaert, M. 1958: De avifauna van het park te Tervuren. Biologisch Jaarboek 26: 25-52
Lebret, T.; Verhey, C.J. 1954: De avifauna von de Biesbosch. Wetenschappelijke Mededeelingen Nederlandse Natuurhistorische Vereniging 12: 1-34
Faasse, M. 2004: De aziatische jakpijp Perophora japonica Oka, 1927 in Nederland. Zeepaard 64(6): 179-183
Hermanson, W. 1944: De bada Acrocephalus-arterna i Skane. Fauna och Flora Uppsala 1943: 252-254
de Boer, PL. 1974: De balangrijkste boralen van Gotland. Gea 71: 15-20
Lambrechts, J.; Guelinckx, R. 2006: De balans na het natuurherstel in Het Vinne to Zoutleeuw (Vlaams-Brabant): in een jaar van 7 naar 27 libellensoorten. Gomphus 2006) december; 2(2): 3-12
Verheyen, R.F. 1968: De balts en copulatie van de spreeuw, Sturnus v. vulgaris. Gerfaut 58: 369-393
Brouwer, G.A. 1926: De bedreigde broedplaatsen van den Aalscholver in Nederland. Gegevens over de sterkte van einige kolonies in 1925. Ardea Leiden 15: 20-28
Brouwer, G.A. 1927: De bedreigde broedplasten van. den Aalscholver (Phalacrocorax carbo subcormoranus) (Brehm) in Nederland. II Gegevens over de sterkte der kolonies in 1926. Ardea Leiden 16: 23-31
Anonymous. 1973: De bedreigde schinveldse bossen door de Werkgroep tot behoud van de Schinveldse bossen. Natuurhistorisch Maandbl 2(2-3): 13-36
Kunst, J.J. 1902: De behandeling van malaria met methylenblauw. Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie, xli 23
Quanjer, Hendrik Marius. 1906: De belangrijkste ziekten van kool in Noord-Holland.. Haarlem Nat Verh Holl Maatsch Wet Ser 3: 62: 1-84
Van der Straeten, E. 1976: De belgische zoogdieren in verband met braakball enonderzoek 3. Rodentia. Association natn Prof Biol Belg 222: 58-80
Van der Slooten, J.P. 1936: De beoordeeling van rundern met cysticercose, in verband met de levens vatbaarheid van den parasiet. Tijdschrift voor Diergeneeskunde 63: 1102-1103
Legger-Leeuwarden, R. 1964: De berberskink. Lacerta 22: 53-54
Hens, P.A. 1938: De berg patrijs, Perdix perdix perdix (L.), mutatio montana (-Perdix montana (Graelin.)). Limosa 11: 115-121
Nieboer, E. 1975: De bergfluiter van Schiermonnkoog. Limosa 48(1-2): 82-85
Dhondt, AA. 1971: De bescherming van commensale Pomacentridae tegen het uetelen van hun gastheren: een literatuursoverzicht. Biologische Jaarb 39: 197-206
Anon. 1959: De bescherming van het edelhert. Nat en Landschap 13: 23-24
Anon. 1963: De bestrijding van de muskrat in 1962. Rat en Muis 11: 29-33
Wijngaarden, A. van. 1955: De bestrijding van de muskusrat, Ondatra zibethica L. in Nederland. Vakblad voor Biologien 35: 68-72
Leefmans, S. 1913: De bestrijding van insecten door middel van hun natuurlijke vijanden.. Teysmannia Batavia, 24 353-365
Bosma, B. 1940: De bestrijding van spint en bladluis. Meded Tuinbouw-voorlichtingadienst Hague, no. 23: 47
Sunier, A.L.J. 1914: De betcekenis van het natuurwetenschappelyk visscheryonderzoek voor Nederlandsch-Indie.. Batavia Mededeelingen Visscherij-Station, 10 1-44
Keuchenius, P.E. 1914: De betcekenis van twee bekende micron, in verband met het groene luizen-vraagstuk van de koffie. Teysmannia Batavia, 25 711-716
Van Hasselt, A.W.M. 1900: De beteekenis der Spinnen. Tijdschr. Ent, xliii 200-222
Dubois, E. 1919: De beteekenis der grootte van het neuron on xyn deelen.. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, 27 503-520
Franssen, C.J.H. 1932: De beteekenis van Apis indica als bloembestuivend insect. De Bergoult Batavia 6: 1417-1432
Ritzema Bos, J. 1912: De beteekenis van den mol voor land-en tuinbouw.. Tijdschrift over Plantenziekten Wageningen, 18 114-131
Bemmelen, J.F. van. 1919: De beteekenis van generieke on specifieke kenmerken, getoetst aan do vleugelteekening der Sphingiden.. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam 27: 1072-1088
Slijber, E.J. 1941: De beteekens van zoopathologie on palaeopathogie voor den zooloog. Vakblad voor Biologien 229: 153-161
Weel, P.B. van. 1938: De betekenis der golgisubstantie gedurende het leven der cel. Vakblad voor Biologien 19: 133-146
Gaemers, PAM. 1974: De betekenis en taxonomische waarde van otolieten. Zeepaard 373: 29-40
van der Straaten, J. 1970: De betekenis van de Avelingen. Levende Nat.: 73: 1-7
Bergmans, W. 1973: De betekenis van de herpetogeografische dienst van Lacerta. Lacerta 318: 127-130
Morzer Bruijns, M.F. 1963: De betekenis van het Deltagebied als natuurgebied. Driemaand Ber Deltaw 23: 124-131
Koenigswald, G.H.R. von. 1956: De betekenis van het dimorphisme van de bovenste molaren voor de systematiek der primaten. Verslagen van de Gewone Vergadering Akademie Amsterdam 65: 6-8
Wilde, J. de. 1957: De betekenis van het groeihormoon Ecdyson bij insecten en crustaceeen. Vakblad voor Biologien 373: 33-41
Wilde, J. de. 1957: De betekenis van het groeihormoon ecdyson bij insekten en crustaceeen. Vakblad voor Biologien 37: 33-41
Soesbergen, M.; Rozier, W. 2004: De betekenis van natuurvriendelijke oevers voor de macrofauna. Nederlandse Faunistische Mededelingen 8 december; 21: 123-136
Dubois, E. 1918: De betrekking der hoeveel heden van de hersenen, het neuron en zyn deelan tot de lichaamsgrootte.. Amsterdam Versl Wis Afd K Akad Wet, 26 1416-1425
Delsman, H.C. 1919: De betrekking tusschen der n. hypoglossus en den schedel by de Vertebraten.. Amsterdam Werk Gen Nat Geneesk Heelk Ser 2: 9 305-309
Dubois, E. 1914: De betrekking tusschen hersenmassa en lichaamsgrootte bij de gewervelde dieren.. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam 221913: 593-614
Swellengrebel, N.H. 1958: De betrekking tussen de malaria-a-parasieten en haar inheemse gastheren op Nederlands-Nieuw-Guinen. Versle Vergad. Akad. Amst: 56-58
Bolk, L. 1915: De betrekking van het gebit der Marsupialia tot dat der Reptilien en der Monodelphia. (Eerste mededaeling.). Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam 24: 48-72
Soetrisno. 1940: De bevolking der Wae Apovlakte en de aldaar voorkomende filariasis (Eiland Boeroe). Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie 80: 2349-2375
Versluys, J. 1907: De bevruchting der Infusorien vergeleken met die der andere Protozoa. Amsterdam Werk Gen Nat Geneesk Heelk Ser 2: 5: 241-248
Prakken, R. 1948: De bewegingen der Chromosomen gedurende de Kerudeling. Vakblad voor Biologien 285: 89-96
Willem, V. 1916: De bewegingen van het hart en de longenademing by de spinnen. Amsterdam Versl. Wis. Nat. Afd. K. Akad. Wet. 25 (130-134) (Dutch). Proceedings of the Section of Sciences K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, 19 162-167
Tomey, WA. 1973: De bidsprinkhaankreeft (slot). Aquarium Den Haag 437: 163-167
Thiebout, C.H. 1914: De bij Zwolle broedende Raven. Ardea Leiden, 3 83-84
Heip, C. 1976: De biogeografie van eilanden en de natuurbescherming. Wielewaal 424: 101-109
Schuurmans Stekhoven, J.H. 1954: De biologic van de luisvlieg van de duif (Pseudolynchia canariensis) Macquart (Dipt.). Entomologische Berichten Amsterdam 15: 24-25
Swellengrebel, N.H. 1913: De biologie Jer ratvloo (Ceratophyllus fasciatus) in verband met het pestvraagstuk.. Amsterdam Werk Gen Nat Geneesk Heelk Ser 2: 7 138-140
Delsman, H.C. 1931: De biologie der Zoetwaterpalingen. Handel. Vierde Nederl.-Ind. Natuur Cong Weltevreden 1926: 70-94
Raadt, O.L.E. de. 1918: De biologie der huisrat in Nederlandsch-Indie.. Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie 58: 527-538
Franssen, C.J.H. 1928: De biologie en systematiek der Nederlandsche zwarte bladluizen. Natuurhistorisch Maandblad Maastricht 17: 58-60, 70-76, 80-87, 131
Damen, V. 1976: De biologie van Balanus balanoides (L.). Association natn Prof Biol Belg 221: 26-41
Piet, D. 1949: De biologie van Sisyphus schaefferi (L.) (Coleoptera, Scarabaeidae). Bijdragen tot de Dierkunde 28: 353-356
de Groot, W. 1974: De biologie van de Rode metselbij. Natura Amsterdam 714: 50-54
de Vries, T. 1970: De biologisch betekenis van de Galapagos-eilanden. Vakbl. Biol, (7): 153-164
Walrecht, B.J.J.R. 1955: De biologische beteekenis van de gladde binnenzijde van het omhulsel in nesten van de Vespa-groep. Natura, Amsterdam: 108-110
Kniper, K. 1953: De biologische raad van Nederland. Vakblad voor Biologien 335: 86-91
Slijper, E.J. 1946: De bioloog ter walvisohvaart. Vakblad voor Biologien 26(8-9): 98-103
Haan, J.H.H. de. 1952: De blauwe houtbij, Xylocopa violacea (L.) Latr. inheems te Weert. Natuurhistorisch Maandblad Limburg 41: 97-102
Hille Ris Lambers, D. 1946: De bloedvlekkenluis van appel, Sappaphis devecta (Wlk.). Tijdschrift over Plantenziekten Wageningen 51: 67-69
Schuurmans-Stekhoven, J.H.; Jr. 1927: De bloedzuigende Arthropoda van Nederlandsch Oost-Indie. VIII. Tabaniden en surra in het Veeteelt Ressort Padang Sidempoean. Tijdschrift voor Entomologie 70: 1-36
Higler, L.W.G. 1968: De bodemfauna van de Gulp. Natuurhistorisch Maandblad 57: 123-126
Wurth, T. 1908: De boeboek (Xyleborus coffeae n. sp.) op Coffea robusta. Mededelingen van het Algemeen Proefstation Salatiga Ser 2, 3 2-20
Troukens, W. 2007: De boktorren uit de collectie Remi Guinez (Coleoptera: Cerambycidae). Phegea 1 maart; 35(1): 37-39
Veling, K. 2005: De boom in voor de iepenpage. Vlindersmei; 20(2): 14-15
Jansen, J.S. 1961: De boomkikker (Hyla arborea). Aquarium Den Haag 32: 56-58
Kho, KFF. 1975: De boomslang Oxybelis aeneus in het terrarium. Lacerta 3311: 168-172
Dammerman, K.W. 1913: De boorders in Ficus elastica Roxb.. Buitenzorg MededPlantenziekten No: 1-43
Smit, J.T.; Van Aartsen, B. 2007: De boorvlieg Tephritis acanthiophilopsis nieuw voor Nederland (Diptera: Tephritidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 10 juli; 26: 21-25
Starcke, A. 1947: De boreale vorm van de roode bosohmier (Formica rufa rufa Nyl.) op de Hooge Veluwe. Entomologische Berichten Haarlem 12: 144-140
Smit, J.; Van Aartsen, B. 2006: De bosknotswesp Sapyga similis toch niet verdwenen uit Nederland (Hymenoptera: Sapygidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 15 juni; 24: 25-28
Holm, O. 1921: De bottniska sjalarnes lefnadsvanor. Fauna och Flora Uppsala 16: 241-261
Boeke, J. 1907: De bouw der hersenen van Amphioxus lanceolatus.. Handelingen van het Nederlandsch Natuur- en Geneeskundig Congres, 11 286-289
Herwerden, M.A. van. 1910: De bouw der kernen in de speekselklieren der Chironomuslarve.. Utrecht Onderzoekingen Physiologisch Laboratorium 5de Reeks): 11 40-60
Boer, S. de. 1916: De bouw en overdekking der achterpootdermatomen by de kat.. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, 25 112-125
Boer, S. de. 1916: De bouw en overdekking der rompdermatomen by de kat. (On the structure and covering of the trunk-dermatomes of the cat.. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, 24 1033-1046
Rekum, M. v. 1962: De bouw van een klein quarantaineterrarium. Lacerta 20: 61-64
Ijzendoom, A.L.J. van. 1957: De braedvogels van Wierungen. Wetenschappelijke Mededeelingen Nederlandse Natuurhistorische Vereniging 25: 1-40
Koch, J.C. 1939: De britische Butter, Carduelis c. britannica (Hart.) een nieuwe vorm voor de nederlandsche Avifauna. Limosa 12: 24-26
Strand, A. 1939: De britiske og de Skandinaviske former av Carabus violaceus L. (Col. Car.). Norsk Entomologisk Tidsskrift 5(1938): 113-118
Op-de-Coul, P.G. 1932: De broed vogels van Wieringen. Orgaan der Club van Nederlandsche Vogelkundigen 5: 55-59
Sluiters, J.E. 1943: De broed-vogelbevolking in de boschgedeelten van Hot Bosch van Amsterdam in 1942. Ardea: 139-162
Voous, K.H.; Jr. 1944: De broedge-vallon van do Krooneend (Netta rufina (Pallas)) en de witoogeend (Aythya nyroca nyroca (Guld)) in do Botshol in 1943. Limosa 17: 1-8
Hulscher, J.B. 1970: De broedstand van kievit, grutto, tureluur en scholekster in Friesland in 1966-1969. Levende Nat.: 73: 255-262
Sluiters, J.E. 1947: De broedvogel-bevolking in de boschgedulten van het Amsterdamsche Bosche in 1943,1944en 1945. Ardea Leiden 35: 183-221
Thijsse, J.P. 1908: De broedvogela van. de Noordzee-eilanden. Amsterdam, Versl. Med Ned Ornith Ver, 5 35-56
Swart, A.N. 1965: De broedvogels van Marken, III. (43ste publicatie van de 'Club van Zuiderzeewaarnemers'). Limosa 38: 67-76
D.Munnik, La 1973: De broedvogels van de Sliedrechtse Biesbosch. Levende Nat 6(1): 12-19
Schaank, J.R.H. 1937: De broedvogels van den Wieringermeer-polder in 1936. Limosa 10: 22-32
Schaank, J.R.H. 1938: De broedvogels van den Wieringermeerpolder in 1937. Limosa: 7-9
Lammers, S. 1944: De broedvogels van het landgoed Oud Poelgeest bij Leiden in 1943. Levende Natrdam: 1
van Avermaet, G. 1976: De bruine kiekendief (Circus aeruginosus). Wielewaal 425: 143-148
Larsen, A. 1936: De brune Froers og Lovfroens Forekomst paa Bornholm. Flora og Fauna Kjobenh 2(5): 136
Korringa, P. 1950: De canval van de parasiet Mytilicola intestinalis og de Zeeuwse mosselcultuur. Visserij Nieuws Suppo 7: 1-7
Swennen, C. 1962: De cerste waarnemingen van jonge soreeuwen in 1961. Natura Amsterdam 59: 37-39
Neuville, H. 1931: De certainea particularites dentaires des Suides. Bull Mus Hist nat Paris 2: 3: 570-675
Neuville, H. 1931: De certaines parlacularites dentaires des Camelidee. Bull Mus Hist nat Paris 2: 3: 77-81
Neaville, H. 1930: De certaines particularities dentaires des Girafides. Bull Mus Hist nat Paris 2: 2: 604-608
Jullien, A. 1928: De certaines tumeurs et inflammations du manteau de la seiche. Arch exgen. Paris Notes Rev: 139-159
Neuville, H. 1927: De certains caracteres de la forme humaine et de leurs causes. Anthropologie Paris 37: 305-328
Peza, L.H. 1971: De certains representants du genre Plesioptygmatis Bose (gasteropodes) dans la zone tectonique de Sazan (Albanie sud-occidentale). Permbledhje Stud lnst Stud Projekt Gjeol-Min Tirane, 1970(1): 75-95
Koopmans, A. 1959: De chromosomen van de mens (slot). Vakblad voor Biologien 89: 77-90
Kemner, N.A. 1915: De ckonomiskt viktiga vedgnagande anobierna. Stockholm Landtbr Ak Handl, 54 217-258
Hoevers, L.G.A. 1958: De cobra in het terrarium. Lacerta 16: 41-42
Viaene, N.; Devos, A.; Spanoghe, L. van Impe, J. 1967: De coccidiostatische Werking van Buquinolaat, Coyden and Esbz. Vlaams diergeneesk. Tijdschr 36: 395-404
Denier, P.C.L. 1939: De coccinellidis brethesianis. Typorum speciarum recensio. Physis (Buenos Aires) 17: 569-587
Haverhorst, P. 1909: De coconvorming van Hylophila prasinana L.. Tijdschrift voor Entomologie 52: 14-18
Lith, J.; Pvan. 1947: De collectie Nederlandsche Hymonoptera Aculeata van wijlen den Heer J. Lindemans. Entomologische Berichten Haarlem 12: 100-109
Graaf, F. de.; Meijer, W. 1956: De combinaties van microorganismen in de trilvenen van het plassengebied Het Hol. Kortenhoef Amsterdam 1955: 109-118
Boer, P.; Van Nunen, F.; Blommaart, J.; Vorst, O.; Huilbregts, H. 2006: De compostmier Hypoponera punctatissima in het vrije veld. Entomologische Berichten Amsterdam il; 66(2): 56-57
Benders, A. 1917: De continuiteit van het kiemplasma. Psychiatrische en Neurologische Bladen Amsterdam, 406-423
London, E.S. 1900: De corpuscules centraux dans les cellules sexuelles et sarcomateuses. Archbiol: 92-95
Noordijk, J.; Berg, M. 2002: De corticole fauna van platanen: II. Springstaarten, stofluizen, loopkevers (Collembola, Psocoptera, Carabidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 1 december; 17: 41-56
Dubois, R. 1901: De cuivre normal dans la serie animale (animaux marius et terrestres). Annales de la Societe Linneenne de Lyon, xlvii 93-97
Anon. 1953: De cumarine-derivaten. Rat en Muis 1: 6-9
Hivernon, A. 1920: De cyclus van het Rijstveld. Jaarboek Club van Nederlandsche Vogelkundigen Delft, 10 14-33
Lebret, T. 1959: De dagelijkse verplaatsingen tussen dagverblijfen en nachtelijk voedselgebied bij Smienten, Anas penelope L., in enige terreinen in het lage midden van Friesland. Ardea 47: 199-210
Christensen, S. 1915: De danska skalbaerende Havsnegle (Gastropoder). The Danish marine Gastropoda. Kobenhavn Flora og Fauna, 76-80
Jorgensen, P. 1906: De danske Arter af Bladhvepseslaegten Pontania, Costa.. Kjobenhavn Entomologiske Meddelelser Ser 2: 3: 113-126
Holstebroe, H.O. 1910: De danske Arter af Slaegten Choleva Latreille.. Kobenhavn Entomologiske Meddelelser, 3 377-403
Holstebroe, H.O. 1915: De danske Arter af Slaegten Colon. The Danish species of the genus Colon. Kobenhavn Entomologiske Meddelelser, 10 191-209
Jensen, L.P. 1915: De danske Arter af Slaegten Hesperia Fabr. (Syrichtus Boisd.) The Danish species of the. genus Hesperia Fabr. Kobenhavn Flora og Fauna, 1914 47-50
Jorgensen, L. 1919: De danske Arter af Slaegten Nomada Scop. The Danish species of Nomada Scop. (Continued.). Kobenhavn Entomologiske Meddelelser, 13 49-72
Jorgensen, L. 1919: De danske Arter af Slaegten Nomada Scop. The Danish species of Nomada Scop. Kobenhavn. Entomologiske Meddelelser, 13 40-48
Nielsen, P. 1921: De danske Arter af Slaegten Plychoptera (Diptera Nematocera).. Flora og Fauna Kjobenhavn Afhandlinger og Meddelelser 1: 16-19
Hansen, V. 1915: De danske Arter af Snudebilleslaegterne Phyllobius Schonh. og Polydrosus Germ. The Danish species of weevils, Phyllobius and Polydrosus. Kobenhavn Flora og Fauna, 89-95
Hansen, V. 1927: De danske Arter af Vandkaerslaegten Sphaeridium Fabr. Flora og Fauna Copenhagen 1926: 115-118
Johansen, A.C.Levinsen, J.C.L. 1903: De danske Farvandes Plandton i Aarene 1898-1901. Coelenterater, Echinodermer, etc., etc. Danske Selskr Skr 6(xii): 273-297
Hansen-Ostenfeld, C. 1916: De danske Farvandes Plankton i Aarene 1898-1901. Phytoplankton og Protozoer. 2. Protozoer; Organismer med usikker Stilling ; Parasiter i Phytoplanktenter The plankton of the Danish waters in the years 1898-1901. II. Protozoa.. Kobenhavn Vid Selsk Skr Raekke 8: 2 369-451
Poulsen, E.M. 1936: De danske Farvandes Rurer (Balanomorpha og Verrucomorpha). Videnskabelige Meddelelser fra Dansk Naturhistorisk Forening I Kjobenhavn 99: 5-27
Olsen, E. 1930: De danske Fjermol (Pterophoridae og Orneodidae). Entomologiske Meddelelser 16: 419-424
Wolff, N.L. 1930: De danske Oporinia-arter. Flora og Fauna Copenhagen, 1-8
Deurs, W. 1942: De danske Pyralider. Entomologiske Meddelelser 22: 215-220
Bornebusch, C.H. 1928: De danske Regnorme. Flora og Fauna Kjobenhavn 3: 65-92
Christensen, S. 1911: De danske Saltvandsmuslinger. Udarbejdet til Brug ved Bestemmelsen af de i vore Farvande almindeligst forekommende Arter. Flora og Fauna (Kobenhavn): 1905 81-125
Jensen, L.P. 1913: De danske Storsommergles Overvintringsforhold.. Kobenhavn Flora og Fauna, 65-69
Pedersen, ET. 1972: De danske arter af slaegten Paragus Latreille (Diptera, Syspluidae). Flora Fauna Silkeborg 781: 1-6
Pedersen, E.T. 1968: De danske arter af slaegten Sphegina Mg. (Diptera, Syrphidae). Entomologiske Meddelelser 36: 127-135
Tendal, OS. 1973: De danske farvandes boresvampe. Flora Fauna Silkeborg 793: 105-108
Hansen, K. 1976: De danske fuglestationer. Feltornithologen 181: 52-55
Jorgensen, P. 1906: De danske galle-dannende Cynipider.. Kjobenhavn Entomologiske Meddelelser Ser 2: 3: 85-112
Sonderup, H.P.S. 1939: De danske minerende Bladhvepse. Flora og Fauna Copenhagen 45: 34-37
Pfaff, J.R. 1943: De danske padders og Krybdyrs udbredelse. Flora og Fauna Kjobenh 49(1-3): 49-80
Rald, E. 1976: De danske saltfluer (Diptera, Tethinidae). Entomologiske Meddelelser 442: 111-117
Christensen, S. 1914: De danske skalbaerende Havsnegle (Gastropoder). Flora og Fauna (Kobenhavn): 89-92
Osteikamp, M.P. 1962: De das in Nederland. Natura Amsterdam 59: 79-82
Oyen, W.; Gv. 1953: De determinatie van anuran-larven naar het gedrag. Lacerta 117: 73-75
Petkovic, K.V.; Pejovic, D.; Pasic, M. 1956: De developpement biostratigra-phique de la repartition paleogeo-graphique des facies du cretace superieur sur le territoire de Yougoslavie. Glasnik Srpske Akademije Nauka 224 Qd Prirod-Mat Nauk NS: 11: 17-64
Terpstra, J.I.; Post, R. 1947: De diagnostiek en bestrijding der trichomonadeninfection bij het rund. Tijdschrift voor Diergeneeskunde Utrecht 72(8-9): 225-236
Braaksma, S. 1959: De dierenwereld van Marken. Natura Amsterdam 56: 58-63
Koningsberger, J.C.; Zimmermann, A. 1901: De dierlijke vijanden der Koffiecultuur op Java. Med Plantentuin Java, xliv 7-113
Hofker, J. 1931: De dierpsycho-logie in het middelbaar onderwijs. Vakblad voor Biologien 12: 77-87
Marzinowsky, E.J. 1916: De differentes especes du parasite de la malaria. Ann Inst Pasteur Paris, 30 243-248
Van Thiel, P.H. 1924: De differentieal diagnose van de strongyloide larven van Necator americanus en Anchyhstoma eaninum. Tijdschrift voor Vergelijkende Geneeskunde Leiden 10: 282-286
Ma?an, J. 1948: De distributione et variatione geographica apeciei Pro-crustes banoni.. Sbornik Narodniho Musea V Praze 3((B) 1947): 159-165
Fassati, M. 1946: De distributione geographica sp, Bembidiorum in Bohemia.. Acta Societatis Entomologicae Cechoslovenicae 43: 65-69
Postma, N. 1944: De divers facteurs ageisant sur le tonus du pied des Limaces. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 138: 462-465
Kroon, H.M. 1915: De domesticatie van het rund en de afstamming van het Nederlandsche Rundvee.. Tydschrift voor Veeartsenijkunde Utrecht, 42 270-283
Raemakers, I.P. 2006: De doorncicade Stictocephala bisonia (Homoptera: Membracidae) heeft Nederland bereikt. Entomologische Berichten Amsterdam 66(1): 26
Vermeulen, H.A. 1913: De dorsale motorische vaguskern bij sommige huisdieren en hare verhouding tot de ontwikkeling der maagmuskulatuur.. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, 22 308-315
Voogd, J.; Groenendijk, D. 2006: De draak. Vlindersmei; 21(2): 10-11
Tesch, P. 1951: De driehocksmossal, een nieuw Nederlands fossiel. Geolouw, The Hague: 154
Obenberger, J. 1944: De duabus Chinae generis Meliboeus speciebus novis (Col. Bupr.). Sbornik Entomologickeho Oddeleni zemsk Musea Praze, 21-22(1943-44): 304-305
Obenberger, J. 1944: De duabus generis Phlocteis Kerr. insulae madagascaris speciebus novis (Col. Bupr.). Sbornik Entomologickeho Oddeleni zemsk Musea Praze, 21-22(1943-44): 420-422
Stshegoleva-Barovskaja, T. 1930: De duabus novis Mordellidarum speciebus e tesquis ponticis (Coleoptera). Revue Russe d'Entomologie 24: 56-58
Compere, P. 1975: De duabus novis Trachelomonadibus (Euglenophyceae) e vicinitate lacus Tchad (Africa centralis). Bulletin Jard bot natn BeIg 45(1-2): 229-230
Semenov-Tian-Shanski, A. 1922: De duabus novis generis Omophron Latr. formis palaearcticis (Coleoptera, Cara-bidae). Revue Russe d'Entomologie 18: 46-48
Lu?nik, V. 1933: De duabus novis speciebus generis Harpalus Latr. e Caucasia. Acta Societatis Entomologicae Cechoslovenicae 30: 131-132
Lutshnik, V. 1921: De duabus novis speciebus generis Nebria Latr. (Coleoptera, Carabidao). Acta Instituti Agronomici Stauropolitani 1: 17-18
Obenberger, J. 1943: De duabus regionis neotropjcae Agrilinis novis (Col. Bupr.). Acta Societatis Entomologicae Bohemiae 40: 127-128
Shestakov, A. 1917: De duabus speciebus novis exoticis generis Cerceris Latr. (Hymenoptera, Crabronidae). Revue Russe d'Entomologie 16: 316-318
Roubal, J. 1940: De duabus, simillimis, coniuncte viventibus Chrysochlois.. Acta Societatis Entomologicae Bohemiae 87: 91-93
Snouckaert van Schauburg, RBaron. 1930: De duiven van het geslacht Columba L. Orgaan der Club van Nederlandsche Vogelkundigen 3: 13-36, 83-100
Stefani, T.; De. 1891: De duobus novis Hymenopteris Siciliae. Naturalista Siciliano, X 117-119
Vleugel, D.A. 1947: De duur van de vliegdag van de Gierzwaluw, Apus a. apus (L.). Ardea Leiden 35: 222-224
Tanhaeff, C.; Ferwerda, S. 1936: De echinoccocosis bij de huisdieren. Tijdschrift voor Diergeneeskunde Utrecht 63: 847-856, 919-924
Schreur, E. 1948: De echinococcose in de Lijmers. Tijdschrift voor Diergeneeskunde Utrecht 7320: 763-767
Tenhaeff, C.; Ferwerda, S. 1939: De echinococcosis bijhet varken in Nederland. Tijdschrift voor Diergeneeskunde 66: 329-343
Wasmann, E. 1928: De echte Gastverhouding. Natura Amsterdam, 248-253
Ritzema Bos, J. 1918: De eekhoren (Sciurus vulgaris L.) en zyne oeconomische beteekenis.. Tijdschrift over Plantenziekten Wageningen 24: 29-76
Husson, A.M.; Sluys, G.K. van der. 1954: De eerste vondst van Mar- mota marmota primigenia (Kaup 1839), de alpenmarmet, in het laat-Pleistoceon van Nederland. Natuurhistorisch Maandblad 43: 51-64
Felix, R. 2004: De eerste vondst van de lichtgroene sabelsprinkhaan Metrioptera bicolor in Nederland (Orthoptera: Tettigoniidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 8 december; 21: 7-10
Cobben, R.H. 1960: De eerste vondsten in Nederland van een met Sedum en een met Carex geassocieerde wants (Heteroptera: Miridae). Entomologische Berichten Amsterdam 20: 195-208
D.Waele, G. 1974: De eerste waarneming van de rosse stekelstaartend (Oxyura jamaicensis) op het Europese vasteland. Wielewaal 406: 188-190
Heurn, W.C. van. 1952: De eerste waarnemingen van het broeden van de eidereend, Somateria m. mollissima (L.), op onze waddeneilanden. Limosa 25: 32-33
Lempke, B.J. 1959: De eerste zwarte Apatele tridens Schiff. (Lep., Noctuidae). Entomologische Berichten Amsterdam 19: 71-74
Ritzema Bos, J. 1918: De egel en zyne oeconomische beteckenis.. Tijdschrift over Plantenziekten Wageningen, 24 161-198
Hellebrekers, W.P.J. 1965: De eieren van de Morinelplevier (Charadrius morinellus) gevonden in Oostelijk Flevoland. Limosa 38: 86
Walch, E.W.Walch-Sorgdrager, G.B. 1935: De eieren van eenige Anophelinen in Nod.-Indie. Geneesk. Tijdschrift Batavia 75: 1700-1730
Hoevers, L.G.A.; Roon, E.M. van. 1960: De eieretende slang ingevangenschap. Lacerta 19(3): 21-22
Doesschate, G. ten. 1914: De eigenschappen der endolymphe van beenvisschen.. Utrecht Onderzoekingen Physiologisch Laboratorium 5de Reeks): 14: 1-74
Delsman, H.C. 1917: De eiklieving van Volvox globator en hare verhouding tot de voortbeweging van den volwassen vorm en tot de klievingstypen der Metazoa.. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam 271918: 137-145
Jordan, H.J.; Krijgsman, B.J. 1940: De eindexameneischen voor de biologie. Vakblad voor Biologien 219: 157-161
Dehnel, G.; Tur, J. 1929: De embryonum evolutionis progressu inaequali. Kosmos Lwow 53: 770-778
Bemmelen, J.F. van. 1919: De enderlinge verhouding der soorten van het geslacht Saturnia, beoordeold naar de kleuren-teenkening harer vleugels.. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam 27: 1368-1378
van Dijk, J. 1975: De engelse qele kwikstaart als broedvogel in Nederland. Limosa 48(1-2): 86-99
Brug, S.L. 1919: De entamoeben van de rat. Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie 59: 577-592
Haiflants, P.; Tips, W. 1976: De entomofauna van de Gellenberg (Lubbeek). Wielewaal 4212: 364-369
Kruizinga, D. 1965: De entomofauna. Recreatie en natuurbescherming in het Noordhollands duinreservaat. Meded Inst Toeg biol Onderz Natuur Arnhem Suppl 3: 1964(no. 69D): 20-52
Boer Leffef, W.J. 1966: De entomofaunistische waarde van het duingebied op Goeree. JaarbGenoot. Goeree-Overflakkee: 127-141
MacGillavry, D. 1941: De entomologen en de natuurhistorische vereenigmg, eene historische notitie. Amsterdam Natuurhistorisch Gezien, 215-217
Meyere, J.C.H. de. 1915: De entomologic en het geslachtsprobleem.. Handelingen van het Nederlandsch Natuur- en Geneeskundig Congres, 15 99-119
MacGillavry, D. 1914: De entomologische fauna van het eiland Terschelling voor zoover zy tot nu toe bekend is.. Tijdschrift voor Entomologie 57: 89-106
Gonggrijp, L.; Soedigdo, R. 1937: De eosine-methode ter bepaling der mijnworminfectie ecner bevolking. Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie 77: 1586-1595
Wetzel, R. 1954: De epidemilogie en bestrijding van longwormzieke bij het rund. Vlaams Diergeneeskundige Tijdschrift 21: 11-20
Roever-Bonnet, H. de. 1956: De epidemiologie van de toxoplasmose. Annales de la Societe Belge de Medecine Tropicale 36: 373-393
Rijkoort, P.J. 1955: De erfelijk-heid van het melanisme bij Dasichyra pudibunda L. Entomologische Berichten Amsterdam 15: 473-475
Tekke, M.J. 1971: De eruptie 1969/1970 van de grote trap Otis tarda. Limosa(1-2): 65-66.
Henriksen, K.L. 1919: De europaeiske Vandsnyltehvepse og deres Biologi. The aquatic Hymenoptera of Europe and their biology. Kobenhavn Entomologiske Meddelelser 1918-19; 12 137-251
Wahlgren, E. 1920: De europeiska polaro-arnas insektfauna, dess sammansattning och harkomst. Entomologisk Tidskrift Uppsala, 41 1-23
de Meulemeester, G. 1976: De europese kanarie op de voet gevolgd. (Serinus serinus). Wielewaal 424: 109-111
Sondaar, P.Y. 1975: De evolutie van het paard. Museologia 4: 15-28
Samsi?ak, K. 1951: De examine formicarum ex Humprechti arce apud Sobo:ka. Entomologicke Listy Brno 13: 164-166
Stampfel, J. 1944: De experimentis ad physiologiam alimentariam Tenebrionis pertinentibus. Acta Societatis Entomologicae Bohemiae 41: 4-12
Jullien, A.; Ripplinger, J. 1951: De faction comparee de quelques drogues sur le coeur des poissons marins. Rolo eventuel de l'acetylcholine comme mediateur et systenatisation du pneu-mogastrique. Ann sci Univ Besancon Zool Physiol 52: 25-43
Jacobsohn, G. 1894: De fauna aquatili insulae Bolschaja Topa in mari Albo sitae. Horae SocRoss: 279-285
Beaufort, L.F. 1941: De fauna van Amsterdam, Amsterdam. Natuurh Gezien Amsterdam, 141-147
Diakonofl, A. 1936: De fauna van Liparagallen. Entomologische Berichten Amsterdam 9: 241-242
Strand, A. 1935: De fennoskandiske former av Carabus problematicus Hbst. (Col.). Norsk Entomologisk Tidsskrift 4: 56-73
Klocker, A. 1909: De fern aeldste Fortegnelser over danske Sommerfugle.. Kobenhavn Ent 2 Raekke: 203-226
Sahlberg, J. 1906: De finska arterna af dipter slaktet Chrysops.. Meddelanden af Societatis pro Fauna et Flora Fennica Helsingfors, 31 103-105
Brofeldt, P. 1955: De finska fisknamnen. Svensk Fiskeri Tidskrift 64: 157-158
de Graaf, F. 1973: De flamingotong (Cyphoma gibbosum) en enkele andere zeeslakken behorend tot de Cypraeoidea. Aquarium Den Haag 443: 73-77
Maisch, C. 1940: De flora y fauna en el Peru. Boletin del Museo de Historia Natural "Javier Prado" 4: 444-452
van Berge Henegouwen, AL. 1973: De fluwelen zwemkrab, Macropipus puber, in de winter van 1971-1972. Zeepaard 331: 11-14
Voorthuysen, J.H. van. 1963: De foraminiferen-fauna van drie monsters van het zesde havendok, Antwerpen. Memoires de la Societe Belge Geology 6: 225-229
Obenberger, J. 1940: De formis Staphylini minacis adhuc cognitis. Acta Socbohem., Prague: 47-61
Uvarov, B.P. 1916: De formis rossicis generis Acrida L. (Orthoptera, Acridiodea). Revue Russe d'Entomologie, 16 8-13
Jespersen, P. 1938: De forskellige Uglers udbredelse og forekomst i Denmark. ii. Ikke ynglende Arter. Dansk Ornithologisk Forenings Tidsskrift 32: 1-21
Hiorth-Schoyen, T. 1909: De forskjellige typer af metamorfose hos insekterne.. Bergen Naturen, 33 302-310
Holm, O. 1931: De forsta bofynden af Sidensbans och Lappugla. Fauna och Flora Uppsala, 68-74
Gertz, O. 1919: De forsta iakltagelserna i Sverige angaende bandelkorsnabhen (Loxia leucoptera Gmel. bifasciata Brehm). Fauna och Flora Uppsala, 14 159-162
Boetius, I.; Boetius, J. 1971: De forste aleaeg udviklet i fangenskab. Naturens Verden 10: 333
Erdman, D.A. 1939: De fossiele Mollusken en Molluscoiden van de Carstensz-Expeditie 1936. Leidsche Geologische Mededelingen 11: 96-97
Deinse, A.; Bvan. 1939: De fossiele Potvisch Scaldicetus caretti in Midden-Limburg aangetoond. Natuurhistorisch Maandblad Maastricht 28(10): 97-98
van Deinse, A.B. 1964: De fossiele en recente walrussen van Nederland. Zoologische Mededeelingen Leiden 39: 187-205
Es, L.J.Cvan 1936: De fossiele menschen van Java. Handelind. natw. Congr. Buitenzorg: 60-69
Heurn, F.C. van. 1927: De fossiele schelpen van het strand van Walcheren. Verhandelingen van het Geologisch-Mijnbouwkundig Genootschap (Geol Ser) 's-Gravenhage 8: 351-361
Altena, C.O.Vr 1959: De fossiele tracheaten van Teyler's Museum. EntAmst: 98-101
Deinse, A.B. van. 1946: De fossile Cetacea van Limburg. Verb geol Mijnb Genoot Ned Kol 's-Gravenhago. 1944-45; 14: 147-156
Diakonoff, A. 1935: De functie der facetoogen. Een historisch overzicht. Vakblad voor Biologien 17: 17-28
Tinbergen, N. 1949: De functie van de rode viek op de snavel van de zilvermeeuw (Larus a. argentatus Pon-topp.). Bijdragen tot de Dierkunde 28: 453-465
Bullens, A.M. 1966: De fylogenie van de Odonata op basis van de larvale kauwmaagbetanding. Natuurhbl: 88-95
Nijveldt, W. 1952: De gallen-inventaris van bepaalde gebieden in Nederland. Entomologische Berichten 14: 168-169
Breemen, P.J. van. 1908: De garnalenvisscherij in Nederlnnd.. Mededelingen over Visscherij Helder, 15 18-21
Krijgsman, B.J. 1930: De gastheerkeuze van bloedzuigende Arthropoden. Deel I. Stomoxys calcitans. Nederlandsch-Indische Bladen voor Diergeneeskunde 42: 56-72
Krijgsman, B.J.; Windred, G.L. 1930: De gastheerkeuze van bloedzuigende Arthropoden. Deel II. Lyperosia exigua. Nederlandsch-Indische Bladen voor Diergeneeskunde 42: 110-120
Delsman, H.C. 1917: De gastrulatie van Rana esculenta en van Rana fusca.. Amsterdam VerslNat. Afd. K. Akad. Wet: 780-794
Naaktgeboren, C. 1963: De geboorte van de hond. De Hondenwereld, Nedog. Tijds: 134-136
Ritzema Bos, J. 1914: De geelgevlekte wormslak (Geomalacus maculosus Allman), eene tot duaver in ons land onbekende, schadelyke slak. Tijdschrift over Plantenziekten Wageningen, 20 55-68
Kiriakoff, S.G. 1953: De gehoor-organen en de systematiek der Lepidoptera. Entomologische Berichten Amsterdam 14: 246-250
Reysenbach de Haan, F.W. 1957: De gehoorsin van Cetacea. Vakblad voor Biologien 37: 117-127
Van Der Baan, Sm 1976: De gele haarkwal aan de Nederlandse kust. Zeepaard(4): 58-60
D.Roos, Gt 1975: De gele kwikstaart, waardvogel voor de kockock op Vlieland. Levende Nat 8(6-7): 157-159
Lempke, B.J. 1951: De gene-rieke nomenclatuur van onzo Kleine Wapendragers. Entomologische Berichten 13: 262-265
Resing, A.J. 1917: De generatiecyclus by de vertebraten.. Helder Tijdschrift der Nederlandsche Dierkundige Vereeniging 15((Ser. 2): (xxiv-xxxviii)
Jacobson, G. 1899: De genere Alurno (Coleoptera, Chrysomeldae). Annuaire du Musee St Petersbourg, 245-256
Obenberger, J. 1942: De genere Chalcophorella Kerr. et generibus vici-nis (Col. Bupr.). Acta Societatis Entomologicae Bohemiae 39: 2-10
Barovskij, V. 1928: De genere Ithone Sols. (Coleoptera, Coocinellidae). Revue Russe d'Entomologie 22: 231-232
Jacobson, G. 1924: De genere Mylassa Stal (Coleoptera, Chrysomelidae). Revue Russe d'Entomologie 18: 257-258
Semenow, A. 1895: De genere Rhampholyssa, Kr. I t c, 515-519
Jacobson, G. 1917: De genere Thelyterotarso Weise (Coleoptera, Chrysomelidae). Revue Russe d'Entomologie 16: 266-274
Semenow, A. 1902: De genere Trematode Fald. (Coleoptera, Melolonthidae) ejusque novis speciebus. Revue Russe d'Entomologie, II 344-346
Jacobson, G. 1900: De genere novo Calosomatinorum (Coleoptera, Carabidae). Annuaire du Musee St Petersbourg, V 261-265
Barovskij, V. 1926: De genere novo Coccinellidarum(Coleoptera). Revue Russe d'Entomologie 20: 69-70
Obenberger, J. 1935: De generis Acmaeodera speciebus novis (Col., Bupr.). Acta Societatis Entomologicae Cechoslovenicae 32: 106-108
Obenberger, J. 1942: De generis Acmaeoderae regionis aethiopicae formis novis (Col. Bupr.). Acta Societatis Entomologicae Bohemiae 39: 75-76
Obenberger, J. 1928: De generis Aphanisticus Latr. (Col. Bupr.) speciebus aethiopicis. Sbornik Entomologickeho Oddeleni Narodniho Musea V Praze 6: 77-98
Obenberger, J. 1928: De generis Aphanisticus Latr. (Col. Bupr.) speciebus orientalibus. Sbornik entnarod. Mus. Praze: 99-106
Fassati, M. 1944: De generis Bern-bidion (subg. Peryphus Steph.) formis geographicis novis. Sbornik Entomologickeho Oddeleni zemsk Musea Praze, 21-22(1943-44): 294-299
Obenberger, J. 1938: De generis Brachya Solier speciebus novis (Col., Buprestidae). Entomologicke Listy (Folia Ent) Brno 1: 17-28
Obenberger, J. 1940: De generis Chrysobothris Eschsch. formis novis (Col. Bupr.). SboraOdd. nar. Mus. Praze: 79-106
Obenberger, J. 1935: De generis Chrysobothris regionis palaearcticae speciebus novis (Col. Bupr.). Acta Societatis Entomologicae Cechoslovenicae 32: 195-197
Obenberger, J. 1934: De generis Coroebus Cast, et Gory speciebus novis. Acta Societatis Entomologicae Cechoslovenicae 31: 39-44
Obenberger, J. 1928: De generis Cylindromorphus Kiesw. (Col. Bupr.) speciebus aethiopicis. Sbornik Entomologickeho Oddeleni Narodniho Musea V Praze 6: 107-116
Obenberger, J. 1944: De generis Endelus H. Deyx. speciebus pal-aearcticis novis (Col. Bupr.). Acta Societatis Entomologicae Bohemiae 41: 42-44
Obenberger, J. 1932: De generis Hylaeogena Obenb. speciebus novis (Col. Bupr.). Sbornik Entomologickeho Oddeleni Narodniho Musea V Praze 10: 125-129
Obenberger, J. 1940: De generis Meliboeus H. Deyr. Africae speciebus novis (Col. Bupr.). Sbornik Entomologickeho Oddeleni Narodniho Musea V Praze 18: 184-189
Obenberger, J. 1944: De generis Meliboeus H. Deyr. regionis orientalis speciebus novis (Col. Bupr.). Sbornik Entomologickeho Oddeleni zemsk Musea Praze, 21-22(1943-44): 435-437
Obenberger, J. 1942: De generis Melobasis Cast, ot Gory speciebus novis (Col. Bupr.). Sbornik Entomologickeho Oddeleni zemsk Musea Praze 20: 99-106
Purkyne, C. 1949: De generis My-lacus Schonh. balcani speciebus novis (Col. Curcul.). Acta Societatis Entomologicae Cechoslovenicae 46: 40-43
Obenberger, J. 1932: De generis Pachyschelus Sol. Americae meridionalis speciebus novis. Acta Societatis Entomologicae Cechoslovenicae 29: 14-22
Obenberger, J. 1940: De generis Pachyschelus Sol. regionis neotropicae speciebus novis (Col. Bupr.). Sbornik Entomologickeho Oddeleni Narodniho Musea V Praze 18: 172-176
Obenberger, J. 1945: De generis Promeliboeus Obenb. specie nova (Col. Bupr.). Acta Entomologica Musei Nationalis Pragae 23: 159-160
Obenberger, J. 1935: De generis Sambus H. Deyr. speciebus novis (Col. Bupr.). Acta Societatis Entomologicae Cechoslovenicae 32: 6-7
Krasa, T. 1945: De generis Stenus speciebus, descriptione speciei novae inclusa.. Acta Societatis Entomologicae Cechoslovenicae 42: 45-52
Obenberger, J. 1935: De genoris Agrili Afrioae speciebus novis (Col. Bupr.). Folia Zoologica et Hydrobiologica 8: 191-226
Semenow, A. 1892: De genre Pseudochrysis m. Horae Entomologicae Rossicae, XXVI 480-491
Lempke, B.J. 1949: De geo-grafische variabiliteit van Philu-doria potatoria L. in Nederland (Lepidoptera, Lasiocampidae). Bijdragen tot de Dierkunde 28: 299-307
Snouckaert van Schauburg, R.C.E.; Baron. 1934: De geographische Verbreiding der Pycnonotidae van Azie en den Indischen Archipel I. Orgaan der Club van Nederlandsche Vogelkundigen 6: 140-147
Snouckaert van Schauburg, R.C.E.G.L.; Baron. 1935: De geographische verbreiding der Pycnonotidae van Azie en den Indischen Archipel II. Orgaan der Club van Nederlandsche Vogelkundigen 7: 103-117
Snouckaert van Schauburg, R.C.E.; JBaron. 1936: De geographische verbreiding der Pycnonotidae van Azie en den Indischen Archipel IV. Orgaan der Club van Nederlandsche Vogelkundigen 9: 52-67
Brug, S.L. 1925: De geographische verbreiding der muskieten in Nederlandsch Oost-Indie. Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie 65: 1-8
Cosijn, J. 1928: De geologie van de Valli di Olmo al Brembo. Leidsche Geologische Mededelingen 24: 251-324
Brotzen, F. 1945: De geologiska resultaten fran Borrningarna vid Hollviken.. Sveriges Geologiska Undersokning Arsb C: 465: 1-64
Saris, W.A.P. 1956: De geschiedenis der biologie in het middelbaar onderwijs. Vakblad voor Biologien 36: 201-214
Tenhaeff, C.; Ferwerda, S. 1937: De geschiedenis der echinococcose en haar bestrijding in Friesland in het tijdvak 1916-1937. Tijdschrift voor Diergeneeskunde 64: 678-681
Butot, L. 1972: De geschiedenis en de verspreiding van de Wijngaardslak langs de duinzoom. Levende Nat 5(2): 29-40
Uytienboogaart, D.L. 1944: De geschiedenis van mijn verzameling. Tijdschrift voor Entomologie 87: 92-103
Snouckaert Van Schauburg, R.; Baron. 1907: De geslachtskenmerken van den Patrijs, Perdix perdix (L.).. Verslagen en Mededeelingen Nederlandsche Ornithologische Vereeniging Amsterdam, 4 22-24
Rutten, M.G. 1947: De gestoenten der midden oost Borneo expeditie 1925. Geographische en Geologische Mededeeelingen Utrecht 29: 43-46
Jong, B. de. 1942: De getijgerde lijmspuiter. Le vende Nat Amsterdam 4612: 217-219
Ouweneel, G.L. 1971: De gevolgen van de olieramp in de Biesbos voor in de winter 1970-1971 in het Hollandsdiep-Haringvliet pleisterende ganzen. Limosa(3-4): 185-188
Zwinenberg, A.J. 1975: De gewone adder, Vipera berus. Lacerta(4): 63-68
Nainggolan, F.J. 1931: De giftigheid van Naja bungarus (Koningscobra). Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie 71: 1248-1253
Vanhaelen, Marie Therese 2002: De gladde kiezelkrab Ebalia tumefacta (Montagu, 1808) voor het eerst aangespoeld op het strand van Koksijde, Ster der Zee. Strandvlo i- ustus- 22(3): 115-116
Jordan, H.J. 1940: De gladde spier, haar colloidale structuur en haar functie. Vakblad voor Biologien 21: 117-133
Tomey, WA. 1972: De gladiator van het koraalrif, Odontodactylus scyllaris. de bidsprinkhaarkreeft. Aquarium Den Haag 436: 131-134
Vader, W. 1970: De glasvlo, Hyale nilssoni, in de Waddenzee (Amphipoda Talitridae). Levende Nat.: 73: 142-144
Curry-Lindahl, K. 1946: De got-landaka vattensnoknrna. Fauna och Flora Uppsala, 1-2: 37-49
D.Rond, Jeroen 2003: De graafwesp Passaloecus brevilabris nieuw voor de Nederlandse fauna (Hymenoptera: Crabronidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 15 juni; 18: 89-92
Houba, J. 1958: De grashagedis Lacerta taurica Pallas. Lacerta: 69
Fluiter, H.; Jde.; Bijdorp, P.A. 1935: De grauor dennensnuitkever Brachyderes incanus L. Tijdschrift over Plantenziekten Wageningen 41: 141-211
Vanhercke, L. 1976: De grauwe franjepoot (Phalaropus lobatus). Wielewaal 4211: 342-343
Zwarts, L. 1972: De grauwe ganzen Anser anser van het brakke getijdegebied de ventjagersplaten. Limosa 45(3-4): 119-134,2 pls
Oreel, GJ. 1972: De grijze en de moeilijkheden van een veldornitholoog. Limosa 45(3-4): 139-144
Snouckaert van Schauburg, Baron, R. 1932: De grijze roodstaart of Congo-papagaai Psittacus erithacus L. Orgaan der Club van Nederlandsche Vogelkundigen 4: 119-123
Stettler, P.H. 1966: De groene boomadder (1). Aquarium Den Haag 36: 268-271
D.Vries, Henk 2003: De groene glazenmaker. Vlindersaugustus; 18(3): 12-13
Foekema, GMM. 1972: De groene wateragame (Physignathus cochinchinus) en de groene leguaan (Iguana iguana), een fraai voorbeeld van convergentie. Lacerta 307: 83-86
Krabbe, T.N. 1934: De gronlandske Jagtfalke. Vidensk naturf. Foren. Kjob: 49-109
Uyttenboogaart, D.L. 1947: De groote manoeuvres der Ned. Ent. Ver. in de laatste halve eeuw. Tijdschrift voor Entomologie 90: 19-38
Eykman, C. 1938: De groote moevasstern, Chlidonias hybrida (Pallas) in Nederland. Limosa 11: 81-86
Van der Vecht, J. 1933: De groote peperwants of semoenjoeng (Dasynus piperis China). Proefschr. Rijksuniv Leiden, 101: 19
Gebhardt, L. 1954: De grosse Brachvogel in Hessen. Ornithologische Mitteilungen 6: 24-25
Wiebes, JT. 1972: De grote Goliath - kevers van Afrika. Vakblad. Journal Cell Biol 5213: 264-266
Eygenraam, J.A. 1975: De grote landzoogdieren van Nederland. Wetenschappelijke Mededd. natuurh: 1-48
Huizinga, J. 2006: De grote parelmoer-vlinder op Ameland. Vlindersnovember; 21(4): 24
Halm, H. van. 1963: De grote wolfspin. Natura Amsterdam 60: 167-174
Kuwabara, M. 1944: De gunstigste Ionensusammensetzung des ausseren Mediums fur Hydra, mit besonderer Berucksichtigung der antagonistischen Wirkung von Ca? gegenuber K?. Proceedings of the Imperial Academy of Japan Tokyo 202: 110-114
Van Den Bosch, M. 1964: De haaientanden int de transgressielagen in de Scharberg bij Elsloo. Natuurhbl: 5
Jordan, H. 1917: De handelingen van lagere dieren. Amsterdam Werk Gen Nat Genees Heelk, 8 489-492
van Banning, P. 1972: De haringworm nader verkend. Vakblad voor Biologien 52(2): 24-33
Betrem, J.G. 1929: De heidekever en zijn biologie. Tijdschrift over Plantenziekten Wageningen 35: 155-180
Post, Frans Ahe 2006: De heidewortelboorder Phymatopus hecta in verzuurde bossen in Zuid-Nederland (Lepidoptera: Hepialidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 15 juni; 24: 13-20
Menne, H.A.L. 1955: De heilige adders van de Snake Temple op Penang Island. Lacerta 13: 64
Classen, L. 1964: De helmbasilisk. Basilscus basiliscus. Lacerta 22: 67-68
Wahlstrom, S. 1969: De hemlighetsfulla sumphonsen. Fauna och Flora Uppsala, 226-241
Lacres, G. 1975: De heremietibissenkolonie to Birecik op de Eufraat. Wielewaal(11): 297-301
Kruytzer, E.M. 1949: De herkomst van het Europese huisrind Bos taurus L. Natuurhistorisch Maandblad 38: 47-53
Bakker, D.L. 1914: De herkomst van het Nederlandsche vee.. Tydschrift voor Veeartsenijkunde Utrecht, 41 1096-1103
Wijngaarden, A. van.; Bruijns, M.F.M. 1961: De hermelijnen, Mustela erminea L., van Terschelling. Lutra 3: 35-42
Menne, H.A.L. 1954: De herpeto-fauna van CuraYao. Lacerta, 133: 24
Brouwer, longdash. 1960: De herten op de Zuidoost-Veluwe (Ingezonden). Natur en Landschap 14: 18-24
Kuiper, K. 1948: De hieroglyphen-python, Python sebae. Lacerta 6: 25-27
Forsslund, K.H. 1924: De hogre djurlivet inom Suorvaomradet. Ett tillagg. Fauna och Flora Stockholm, 53-65
Molina, A. 1883: De hominis mammaliumque cute. Atti della Societa Toscana, V 255-286
Spoek, G.L. 1957: De hooiwageas (Arachnoidea, Opiliones) van de Suit-Pietersberg en andene delen van de provincie Limburg. Natuurhistorisch Maandblad 46: 40-50
Wijnhoven, H. 2007: De hooiwagen Nelima doriae nieuw voor Nederland (Arachnida: Opiliones). Nederlandse Faunistische Mededelingen 10 juli; 26: 69-75
Wijnhoven, H. 2005: De hooiwagen Nelima sempronii nieuw voor Nederland (Opiliones: Phalangiidae). Nederlandse Faunistische Mededelingen 1 juli; 22: 1-6
Hulphers, G. 1933: De hos palsd-juren vanligast forekonimende inalvs-parasiterna. Skandinavisk Veterinartidskrift Uppsala 23: 133-154
Mooser, R.A. 1960: De huidige stand van de Bonte vliegeuvanger in Gelderland. Levende Nat 3
Kamer, J.C. van de. 1950: De huidige stand van het onderzock betreffende de epiphyse. Vakblad voor Biologien 306: 107-113
Kopstein, F. 1933: De huis-rattenfauna van Java en haar rol bij de metastatische versj-reiding van de Builenpest. Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indie 73: 209-227
Sachs, W.B. 1964: De huiskamer als terrarium. Lacerta 22: 43
Spieksma, F.T.M. 1968: De huisstofmijt Dermatophagoides pteronyssinus (Trduessart, 1897) de producent van het huisstofallergeen. Ent Amst: 27-38
Leentvaar, P. 1960: De hydrobiologische toestand Tan de Selzerbeek tussen Vaals en Gulpen. LeTende Nat 63: 156-161
Leentvaar, P. 1963: De hydrobiologische toestand van het Laarder Wasmeer in 1961. Biologisch Jaarboek 31: 284-300
Diepen, R.B.W.F.M. 1943: De hypothalamische Kernen en hunne verblndingen bij Lacerta agilis. Een poging tot het opstellen hunner homo-logia bij de Zoodieren. VersNatuurk. ned. Akad. Wet. Amsterdam: 240-250
Salomonsen, F. 1928: De i Danmark forekommende Lovsangere. Dansk Ornithologisk Forenings Tidsskrift 22: 19-21
Scheel, H. 1926: De i Danmark trufne Hejrearter.. Dansk Ornithologisk Tidsskrift 20: 14-30
Bangsted, H. 1927: De i Gronland anvendte Pattedyrnavne. Gronlandske Selskabs Aarsskrift, 1926-27: 29-30
Bangsted, H. 1928: De i Gronland anvendte Pattedyrnavne. Vernacular names of mammals in Greenland. (Danish). Gronlandske Selskabs Aarsskrift Kjobenhavn 1926-27; 29-39
Bertelsen, A. 1907: De i Gronland brugte Fuglenavne og deres Betydning. .. Kjobenhavn Meddelelser om Gronland, 33 69-93
Bengtsson, S. 1920: De i Linnes Skanska resa omnamnda insekterna i kritisk balysning. Svenska Linnesallskapets Arsskrift, 3 80-102
Siebers, H.C. 1913: De in Nederland voor-komende subspecies van Dryobates major en Picus viridis.. Deventer Club Nederl Vogelk JB: 3 67-75
Docters van Leeuwen, W.M. 1939: De in Nederland voorkomende door Hymenoptera gevormde gallen. Entomologische Berichten Amsterdam 10: 175-180
MacGillavry, D. 1916: De in Nederland voorkomende soorten van het genus Rhaphidia.. Ber Ned Ent Ver, 4 254-257
D.Rycke, M.P.H. 1971: De in vitro cultuur van Hymenolepis microstoma (Cestoda : Cyclophyllidea). Annales de la Societe Entomologique de Belgique 100: 338
Krijgsman, B.J. 1933: De in zoogdieren en vogels parasitierende wormen van Nederlandsch-Indie. Nederlandsch-Indische Bladen voor Diergeneeskunde 45: 366-379
Anon. 1961: De indeling van de klasse van Amphibia volgens het natuurlijk systeem. Lacerta 19: 82-84
Baudet, E.A.R.F. 1930: De indirecte ontwikkeling van Strongyloides westeri Ihle. Tijdschrift voor Diergeneeskunde Utrecht 57: 1-14
Vollenhoven, S.Snellen Van 1879: De inlandische Bladwespen in hare gedaantewisseling en levensvrijze beschreven. Twintigste Stukchv. Ent: 1-20
Van Vollenhoven, Snellen Constantinus, Samuel 1870: De inlandsche Bladwespen in hare gedaantewisseling en levenswijze beschreven. Tijdschr: 55-74
Vollenhoven, S.C.; Snellen Van. 1880: De inlandsche Bladwespen in hare gedaantewisseling en levenswijze beschreven. Een-en-twintigste Stuk. Tijdschrift voor Entomologie 23: 4-16
Vollenhoven, S.C.; Snellen Van. 1865: De inlandsche Bladwespen, in hare gedaanteverwisselingen en levenswijze beschreven. Tijdschrift voor Entomologie 8: 73-93
Veen, J.D. 1943: De inoloed van het Ijsselmeerwater op de zaan en omgeving. Handelingen van de Hydrobiologische Club Amsterdam 5: 8-15
Bierens de Haan, J.A. 1947: De insecten on tie dierpsychologie. Tijdschrift voor Entomologie 90: 243-248
Giard, A. 1889: De insectorum morbis qui fungis parasitis efficiuntur par J. Krassilstschik. BullFr. Belg: 120-136
Bouvy, EHM. 1973: De insekten - en mijten fauna in strooisel en mest van moderne pluimveebedrijven. Een voorlopige inventarisatie. Entomologische Berichten 3310: 185-193
Geijskes, D.C. 1967: De insektenfauna van Suriname, ook vergeleken met die van de Antillen, speciaal wat betreft de Odonata. Entomologische Berichten Amsterdam 27: 69-72
Willemse, C. 1954: De inter-praetatie van het aderstelsel der voorvleugels bij het genus Phyllium (Orthoptera, Phasmidae). Entomologische Berichten Amsterdam 15: 13-14
Jacobsen, J.P. 1916: De internationale Havundersogelser og Danmarks Deltagelse i disse. The international investigations of the sea and the Danish participation therein. Kobenhavn Ingenioren, (Nr. 52-54
Redeke, H.C. 1914: De intocht der ansjovis.. Mededelingen over Visscherij Helder, 21 34-38
Heringa, G. 1918: De intraprotoplasmatische ligging der neurofibrillen in axen on oindorgaan. Handelingen van het Nederlandsch Natuur- en Geneeskundig Congres, 16 343-352
Haverschmidt, F. 1928: De invasie van Kruisbekken (Loxia curvirostra L.) in 1927. Ardea Leiden 17: 57-58
Bos, G.; Slijper, H.J.; Taapken, J. 1946: De invasie van de Kruisbek (Loxia curvirostra) in Nederland in 1942, '43 en '44. Deel II, met een beschouwing over de invasie in Europa. Limosa 18: 56
Brouwer, G.A. 1936: De invasie van den Stelkluut (Himantopus himantopus (L.)) in 1935. Ardea Leiden 25: 64-74
Tolman, R. 1944: De invasie van do pestvogel, Bombycilla garrulus (L.) in Nederland (1943-44). Limosa 17: 63-68
Speek, B.J. 1971: De invasie van notenkrakers Nucifraga caryocatactes in Nederland in het jaar 1968. Limosa(1-2): 11-18,.
Kohlbrugge, J.H.F. 1912: De invloed der spermatozoiden op de vrouwelijke goslachtsorganen en op het reeds bevruchte ei.. Geneesk Blad Haarlem Ser 16: 229-253
Herwerden, M.A. van. 1912: De invloed der spermatozoiden van Ciona intestinalis op de onbevruchte eieren van Strongylocentrotus lividus.. Utrecht Onderzoekingen Physiologisch Laboratorium (Ser 5: 13 1-16. 15, 8.
Horst, M.D. 1918: De invloed van anorganische en organische antimonium-verbindingen op Trypanosomen in het dierlyk lichaam.. Tydschrift Vergelykende Geneeskunde Gezondheidsleer Dierziekten, 4 110-125
Oordt, G.J. van. 1934: De invloed van de Geslachsklieren op het soma bij vogels. Vakblad voor Biologien 15: 149-156
Gysels, H.; Tavernier-Bracke, E. 1975: De invloed van de fysiologische stress-situaties verbonden aan een wisselend zoutgehalte, op de ontwikkeling en groei van de vrijlerende nematode Panagrellus silusiae (De Man, 1913) Goodey, 1945. Natuurwetenschappelijk Tijdschrift 571: 15-37
Korringa, P. 1947: De invloed van de maun op de voortplanting van zeedieren. Vakbl Helder: 129-137
Betrem, J.G. 1954: De invloed van de relatieve Iuchtvochtigheid op de ontwikkeling van Helopeltis antonii Sign. (Hem. Het.). Entomologische Berichten Amsterdam 15: 106-112
Vanwetswinkel, G.; Soenen, A. 1975: De invloed van enkele fungiciden op het bone - of kasspint Tetranychus urticae K. Parasitica 312: 48-54
Vereecke, A.; Pelerents, C. 1965: De invloed van gammastralen op de fecunditeit en fertiliteit van Tribolium confusum Duval. Mededelingen van de Landbouwhoogeschool en der Opzoekingsstations Gent 30: 1017-1027
WesthofiF.V. 1967: De invloed van het wild op de Vegetatie. Nederlandsch Boschbouwtijdschrift 39: 218-232
Braaksma, S. 1970: De invloed van hoog water op de vogelstand van de Dertienmorgenwaard,. Levende Nat.: 73: 121-124
Adeina, DMM.; D.G.oot-van Zip, T.AM. 1972: De invloed van koper op de watervlo Daphnia magna. TNO Nieuws 279: 474-481
Oudemans, J.T. 1922: De invloed van kunstmatig gekleurd voedsel op de kleuren van levende Insecten. Bijdragen tot de Dierkunde 22: 305-314
Van Thiel, P.H. 1925: De invloed van lage en zeer lage temperaturen op enkele parasitaire Nematoden. Tijdschrift voor Vergelijkende Geneeskunde Leiden 11: 111-122
Boissevain, M. 1909: De invloed van lang voortgezette kultuur op de kernen van Actinosphaeriumeichhornii.. Handelingen van het Nederlandsch Natuur- en Geneeskundig Congres, 12 210-220
Van Den Brink, B.; Bijlsma, R.; Van Der Have, T. 2004: De invloed van neerslag op conditie, rui en overlevingskansen van Boerenzwaluwen in zuidelijk Afrika. Limosadecember; 77(2-3): 109-120
Ankersmit, G.W.; Nieukerken, H.D. van. 1954: De invloed van temperatuur en wind op het vliegen van de koolzaadsnuitkever Ceuthorrhynchus assimilis Payk. Tijdschrift over Plantenziekten Wageningen 60: 230-239
Rooth, J. 1972: De invloed van watervervuiling en van waterstaatkundige werken op de vogelstand. Gerfaut 62(1-2): 105-115
Droogleever Fortuyn, A.B. 1918: De involutie der placenta by de muis in vruchtkamers, waarin het embryo gestorven is.. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam 27: 133-136
Ravn, J.P.J. 1927: De irregulaere echinider i Danmarks kridtaflejringer. Com Paleont Mus Mineral Geol Univ Copenhague 27: 311-355
Faxen, L. 1947: De isdamda sjoarnas betydelse for fiskfaunansinvan-dring i Sveriges hogre belagna vatten, med sarskild hansyn till Irdalsalvens ovre system. Zoologiska Bidrag fran Uppsala 25: 429-447
Snellen, P.C.T. 1867: De iulandsche Soorten van het Geslacht Eupilhecia, Curtis. Tijdschrift voor Entomologie 1: 97-168
Ouweneel, G.L. 1972: De jacht van een zeearend Haliaeetus albicilla op een kolgans Anser albifrons. Limosa(3-4): 174-175.
Roelofs, W. 1889: De japansche Curculioniden-fauna vergeleken met die van andere landen. Tijdschrift voor Entomologie 32: 20-28
Appelman, F.J. 1940: De javaansche Boommarter (Martes flavigula robinsoni Pocock). Tropr. Weltevreden: 135-136
Hubrecht, A.A.W. 1911: De jonge kiemblaas van Eutheria en Metatheria.. Verslagen Wis- en Natuurkundige Afdeeling K Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, 19 1236-1242
Snouckaert van Schauburg, Baron, R. 1908: De juiste namen der noordelijke roof-meeuwen.. Verslagen en Mededeelingen Nederlandsche Ornithologische Vereeniging Amsterdam, 5 59-60
Horst, M.D.; Raadt, O.L.E. de. 1918: De juiste namen voor de Javaansche groote huisrat en de sawahrat.. Tydschrift Vergelykende Geneeskunde Gezondheidsleer Dierziekten 3: 253-255
Anonymous. 1976: De kanaries broeden. Vogel Mag, 224: 16
Turin, H. 1974: De karte ring van Carabidae (Col.) in Nederland. Entomologische Berichten 345: 86-88
Bree, P.J.H. van. 1959: De kat uit Haelen. Natuurhistorisch Maandblad 48: 114-117
Moonen, J. 1975: De kat van Ter Worm, Heerlen. Natuurhistorisch Maandbl 4(6): 100-105
Wigman, A.B. 1932: De kauw Coloeus monedula spermologus) (Vieill.) als holbwoner. Orgaan der Club van Nederlandsche Vogelkundigen 5: 18-21
Wigman, A.B. 2002: De kauw, Corvus monedula spermologus (Vieillot), als holbewoner. Limosa 75(2): 51-52
Krug, H. 1969: De keizerpingilins in de dierentuin van Aalborg inJutland Denemarken. Natura Amst.: 66: 119-120
Herroelen, P. 1974: De kenmerken van de drie ondersoorten van de oeverpieper (Anthus spinoletta). Wielewaal 4010: 293-294
Debrun, N. van Goethem, JFC. 1973: De kerkuil (Tyto alba) 2 de mededeling. De groei van een kerkuilenjong. Wielewaal 3912: 379-384
Van Goethem, Jfc 1975: De kerkuil (Tyto alba) derde mededeling. De verspreiding van de kerkuil op de kerkgebouwen in het hageland in 1973. Wielewa 41(2): 33-39
D.Bruijn, O. 1976: De kerkuilstand in Nederland. Limosa(3): 135-187
Lambeets, K.; Struyve, T. 2007: De keverfauna van een erosiegeul bangs de grensmalas (De Groeskens, Dilsen-Stokkem, Belgie). Natuurhistorisch Maandblad 96(4): 105-111
Altena, C.O. van R.Jansen, A.J. 1932: De kidslakken van de previncee Limburg. Natuurhistorisch Maandblad Maastricht 218: 107-108
Rotermundt, J.W. 1959: De kist kwam uit Ceylon. Aquarium Den Haag 30: 22-26
Vercruyrse, L. 1960: De klauwkikvors, Xenopus laevis. Lacerta 18: 86-87
Van der Velde, G.; Polderman, PJG. 1972: De kleine Koornaarvis, Atherina mochon Valenciennes, 1835, in Nederland (Pisces, Atherinidae). Zoologische Bijdr 13: 37-40
van Frankenhuyzen, A. 1967: De kleine bessebladwesp (Pristi-phora pallipes Lep.), een minder bekende beschadiger van kruisbessen. Entomologische Berichten Amsterdam 27: 21-24
Van Spaendonck, W. 1975: De kleine bonte specht (Dendrocopos minor). Wielewaal 416: 166-169
Kerckhof, F.; Houziaux, J.S.bastien 2006: De kleine boormossel Barnea parva (Pennant, 1777) (Mollusca, Bivalvia) autochtoon in het Belgisch deel van de Noordzee. Strandvlo 26(3): 83-87
Bouwman, J.; Peet, N. 2006: De kleine heivlinder: vijf voor twaalf. Vlindersaugustus; 21(3): 12-15
Sluiters, J.E. 1952: De kleine plevier. Natura Amsterdam 491: 7-11
Niesthoven, J.C. 1964: De kleine watersalamander Triturus vulgaris vulgaris. Aquarium Den Haag 34: 276-278 & 283
Tesch, P. 1950: De kleine zoogdieren in het Nederlandse oud plistoceen. Geologie en Mijnbouw The Hague 12: 19-23
Lebret, T.; Muffle, WC. 1975: De kleine zwann Cygnus bewickii op Walcheren en elders in Zeeland. Limosa 48(1-2): 40-59
Isbrucker, IJH. 1973: De kleinste afrikaanse barbelen. Aquarium Den Haag 4310: 238-240
Sluiter, J.E. 1951: De klunt als broedvogel bij Amsterdam. Nature Amsterdam 48: 90-92
Meyere, J.L.F. de. 1912: De knifleeuweriken te Ede.. Ardea Leiden, 1 77-81
Anonymous. 1975: De koningsglansfazant (Lophophorus impeyanus). Vogel Mag 2(2): 4
Van den Broek, E. 1968: De koolmees, Parus major, als gastheer van drie soorten van het geslacht Omithomyia (Diptera: Hippoboscidae). Entomologische Berichten Amsterdam 28: 101-103
Dekker, B.; Werners, H. 2005: De koperen monitor Vlinders tellen bij de Galgenberg. Vlindersaugustus; 20(3): 6-8
Tomey, WA. 1976: De koraalriffen bij Singapore. Aquarium Den Haag 469: 234-239
Scheygrond, A.S. 1969: De korhoenders in Nederland. Natura Amst 6: 114-119
de Bruijn, O. 1969: De kortsnavelboomkruiper (Certhia familiaris Linnaeus), 'nieuw' voor Nederland. Limosa 42: 112-113
Engelen, GD.; Van Dijk, CHJ. 1974: De kortteenleeuwerik Calandrella brachydactyla (Leiser) een Nieuwe soort voor Nederland. Limosa 47(3-4): 157-159
Menne, H.A.L. 1954: De krokodillen-wachter. Lacerta, 131: 7
Kroon, H.M. 1915: De kruising met buitenlandsche varkensrassen in Nederland. Tydschrift voor Veeartsenijkunde Utrecht, 42 447-454
Wille, H. 1973: De kuifmees (Parus cristatus). Wielewaal 391: 21-22
Leenart, B. 1961: De kunst van het voederen van terrariumdieren. Aquarium Den Haag 32: 69-73
Svedang, H.; Oresland, V.; Cardinale, M.; Hallback, H.; Jakobsson, P. 2002: De kustnara fiskbestandens utveckling och nuvarande status vid svenska vastkusten: Synopsis av Torskprojektet steg I-III. Finfo Fiskeriverket Informerar 6: 1-35
Hillenius, D. 1963: De kweek van de Pyreneeen-salamander (Euproctua aeper). Lacerta 22: 3-6
Bank, G. jr. 1949: De kwikdamplamp als lokmiddel voor insecten. Entomologische Berichten Amsterdam 12: 433-434
Voisin, J-F. 1976: De l ' utilisation de ses organs de vol par la femelle de Chorthippus longicornis (Orth. Acrididae). Entomologiste 32(3): 135-136
Vinson, A. 1868: De l'Acclimatation a l'ile de la Reunion. Oiseaux Bull de la Soc Imper zool d'Acclimatation, 625-632
Brunet, R.; Jullien, A. 1937: De l'Architecture comparee du coeur chez quelques Mollusques Gasteropodes et Lamellibranches. Archives de Zoologie Experimentale et Generale Paris 78: 375-409
Dollfus, RP. 1974: De l'Astropecten bonnieri R. Koehler, 1905 (echinodermes, stellerides). Bulletin du Museum National d'Histoire Naturelle, Zoologie 176: 1449-1453
Baillet,. 1889: De l'Atavisme et de l'Origine des reproducteurs chez les principaux especea d'Animaux Domestiques. Menoulouse: 314-341
Perrier, E. 1890: De l'Emploi de l'Eau de Mer artificielle pour la Conservation des Animaux Marins, et en particulier des Huitres, dans des grands Aquariums. C; cx: 1076-1079
Topinard, P. 1892: De l'Evolution des Molaires et des Premolaires chez les Primates, et en particalier chez l'Homme. L'Anthropologie, III 641-710
Giacomini, C. 1887: De l'Existence de l'Os Odontoide chez l'Homme. Arch Biol Ital, VIII 40-48
Belpel, J. 1925: De l'Habronemose cutanee des Equides dans le Bas-Languedoc. Journal de Medecine Veterinaire et de Zootechnie Lyon 71: 5-25
Soulie. 1893: De l'Hematozoaire du paludisme, et de son importance en clinique. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 9(4): 692-697
Gervais, P. 1875: De l'Hyperostose chez l'Homme et chez les Animaux. Journal Zool, IV 272-284, 445-465
Moussu, G. 1889: De l'Innervation des Gllandes Molaires Inferieures, Nerfs Excito-Secretoires. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 9(1): 385-398
Fauvelle. 1889: De l'Instinct. Bull Soc Anthrop, XII 47-58
Frechkop, S. 1946: De l'Okapi et des affinites des Giraffides avec les Antilopes. Bulletin du Musee Roy d'Histoire Naturelle de Belgique 221: 1-28
Balsac, H.; Balsac, T.H. de. 1954: De l'Oued Sous au fleuvre Senegal. Oiseaux reproducteurs. Particularites ecologiques. Distribution. Alauda 22: 145-204
Nicol, L.; Mustafa, A. 1935: De l'absence d'antivenia, d'origine naturelle, vis-a-vis des venins de Vipera aspis et de Naja tripudians (Cobra Capel), chez l'homme et chez differentes especies animales. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 120: 391-394
Plateau, F. 1886: De l'absence de mouvements respiratoires perceptibles chez les Arachnides. Arch Biol, VII 331
Bohn, G. 1898: De l'absorption de l'anhydride carbonique par les Crustaces Decapodes. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales: 1008-1010
Brumpt, E. 1899: De l'accouplement chez les Hirudinees. Bulletin de la Societe Zoologique de France, XXIV 221-238
Buysson, R.; Du. 1894: De l'accouplement chez les Hymenopteres. Revue Francaise d'Entomologie 13: 119-121
Oxner, L. 1926: De l'accoutumance des Poiasons marina aux eauxsursaturees. Cd. Sci. Paris: 627-8
Bohn, G. 1908: De l'acquisition des habitudes chez les etoiles de mer. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 64: 633-635
Barsacq, J. 1907: De l'action comparative de quelques poisons sur les Insectes. Revue Scientifique Paris (Ser 5: 7 721-722
Mesnil, F.; Leboenf, A. 1910: De l'action comparee des serums de Primates sur les infections a Trypanosomes. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 69: 382-384
Mesnil, F.; Leboeuf, A.; Ringenbach, J. 1912: De l'action comparee des serums de Primates sur les infections a Trypanosomes (2me note). Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 72: 55-58
Mathias, P. 1930: De l'action de certains corps dissous dans l'eau sur le developpement de quelques Crustaces Phyllopodes. Bulletin de la Societe Zoologique de France 55: 421-425
Jullien, A. 1936: De l'action de certains poisons sur le coeur de l'Huitre et des Mollusques en general. Journal de Physiologie et de Pathologie Generale 34: 774-789
Sergent, A.; Vogt, P. 1934: De l'action de deux produits synthetiques, la rhodoquine et la quinacrine, sur le Plasmodium praecox aux differents stades de son evolution. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 115: 1101-1102
Drzewina, A.; Bohn, G. 1907: De l'action de l'eau de mer et de NaCl sur la croissance des larves des Batraciens. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 62: 880-882
Bongard, P.I.; Roskin, G.I. 1939: De l'action de l'endotoxine schizotrypanosomique sur les tumeurs malignes. Bulletin de Biologie et de Medecine Experimentale Moscou 7: 411-412
Guerrini, G. 1899: De l'action de la fatigue sur la structure des cellules nerveuses de l'ecorce. Archives Italiennes de Biologie, XXXII 62-64
Faggioli, F. 1892: De l'action deletere du sang sur les Protistes. Archives Italiennes de Biologie, xvi(fasc. 2 & 3: 276-285
L.Hello, P. 1895: De l'action des Organes locomotenrs agissant pour produire les mouvements des animaux. Journal of Anatomy and Physiology, XXXI 81-92
Magalhaes, A. de. 1907: De l'action des composes arsenicaux et du vert brilliant sur le Trypanosoma gambiense et le Trypanosoma brucii. Arch R Inst Bact Lisboa, 1 319-328
Jullien, A.; Vincent, D.; Bouchet, M.; Vuillet, M. 1938: De l'action des extraits cardiaques sur l'automatisme du coeur chez Helix pomatia. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 129: 670-672
Colin, G. 1891: De l'action des froids excessifs sur les auimaux. Compte Rendu, cxii 397-399
Certes, A. 1884: De l'action des hautes pressions sur les phenomenes de la putrefaction et sur la vitalite des micro-organismes d'eau douce et d'eau de mer. Compte Rendu, xcix 385-388
Jullien, A.; Kipplinger, J.; Cardot, J.; Joly, M.; Moulin, J. 1959: De l'action des ions alcalins et al calino-terreux isoles ou associes sur la circulation pulmonaire chez la grenouille. Journal de Physiologie Paris 513: 495-496
Jullien, A.; Ripplinger, J. 1956: De l'action des nerfs vagues on de type vagal sur le fonctionnement du coeur chez les mollusques et les poissons et ses rapports avec la production eventuelle d'un mediateur : l'acetylcholine. Bull Biol 901: 33-105
L.Hello, P. 1893: De l'action des organes locomoteurs agissant pour produire les mouvements des animaux. Journal of Anatomy and Physiology, XXIX 65-93
Cluzet, J.; Bassal, L. 1908: De l'action des rayons x sur l'evolution de la mamelle pendant la grossesse. Journal de l'Anatomie et de la Physiologie Paris, 44 453-469
Heckel, E. 1879: De l'action des sels de strychnine sur les Mollusques gasteropodes. Compte Rendu, lxxxviii 918-921
Mesnil, F.; Ringenbach, J. 1911: De l'action des serums de Primates sur le Trypanosome humain de Rhodesia. Compte Rendu de l'Academie des Sciences Paris, 153 1097-1098
Mesnil, F.; Ringenbach, J. 1912: De l'action des serums des Primates sur les Trypanosomes humains d'Afrique. Compte Rendu de l'Academie des Sciences Paris, 155 78-82
Bonhomme, C.; Domergue, T. 1956: De l'action des ultrasons sur l'oeuf non segmente de triton. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 149: 2181-2184
Caridroit, F. 1935: De l'action du benzoate de folliculine sur le plumage du Coq domestique. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 118: 523-526
Laveran, A. 1893: De l'action du bleu de methylene sur les Hematozoaires du paludisme et sur les Hematozoaires des oiseaux voisins de ceux du paludisme. C. Biol: 88-91
Regnier, J.; David, R.; Sitri, R. 1938: De l'action du chlorohydrate de cocaine sur Gasterosteus aculeatus (Epinoche). Influence de divers facteurs experimentaux. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 129: 476-478
Regnier, J. 1938: De l'action du chlorohydrate de paraaminobenzoyl-diethylaminoethanol sur Gasterosteus aculeatus (Epinoche). Influence de divers facteurs experimentaux. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 129: 479-480
Quinquaud, C.E. 1887: De l'action du froid sur l'organisme animal vivant. Compte Rendu, civ 1542-1544
Leenhardt, H. 1925: De l'action du mazout sur les coquillages. Rapp et proc-verb explor mer Copenhague 35 (Rapport atlantique 1923: 56-57
Gadeau, D.Kerville, H. 1883: De l'action du persil sur les Psittacides. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 7(4): 53-55
Mendelssohn, M. 1905: De l'action du radium sur la torpille (Torpedo marmorata). CR Ac Sci, cxl 463-466
Thiroux, A.; Anfreville, L. dapos. 1908: De l'action du serum humain sur Trypanosoma pecaudi Laveran, Dlfferenciation du Tr. pecaudi d'ayec Tr. gambiense. Compte Rendu de l'Academie des Sciences Paris, 147 462-464
Laveran, A. 1902: De l'action du serum humain sur le Trypanosome du Nagana. (T. brucei.). CR Ac Sci, cxxxiv 735-739
Laveran, A. 1903: De l'action du serum humin sur les Trypanosomes du Nagana, du Surra, et du Caderas. CR Ac Sci, cxxxvii 15-19
Lepeame, P. 1937: De l'action externe des arsenicaux aur les insectes. CR Acad Sci Fr Paris 204: 717-719
Deve, F. 1903: De l'action parasiticide du sublime et du formol sur les germes hydatiques. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales: 561-563
Wertheimer, E.; Combemale, P. 1923: De l'action pneumogastrique sur le coeur. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 89: 651-653
Launoy, L.; Lagodsky, H. 1946: De l'action preventive d'une diamidine aromatique: la diamidino-dlphenoxy-pentane, sur deux trypanosomoses experimentales du rat. Bulletin de la Societe de Pathologie Exotique Paris 39: 160-166
Thiroux, A. 1909: De l'action preventive du serum normal de mouton sur Trypanosoma duttoni, Thiroux 1905. Compte Rendu de l'Academie des Sciences Paris, 149 534-535
Baranger, P.; Filer, M.K. 1953: De l'action protectrice des colliers dans la malaria aviaire. Essai d'ethnographie experimentale. Acta Tropica 10: 69-72
Maximoff, A.D. 1917: De l'action stimulante de l'extrait de moelle osseuse sur la eroissance et l'evolution des cellules dans los cultures de tissu lymphoido. Paris Cc. biol: 225-227
Nolf, P. 1920: De l'action thromboplastique du chloroforme sur le plasma d'oiseau et de mammifere. Comptes Rendus des Seances de la Societe de Biologie et de ses Filiales 83: 803-804
Magnan, A. 1921: De l'action tourbillonnaire de l'eau sur le corps et la queue des oiseaux plongeurs. C R Acad Sci Paris 172: 236-238
Cuenot, L. 1893: De l'adaptation au manque d'eau et a la vie terrestre. Naturaliste: 149-152
Richet, C.; Bachrach, E.; Cardot, H. 1928: De l'adaptation des animaux marins a la mise a sec. CR Acad Sci Paris 187: 862-865